De verschillen tussen mondmaskers

De verschillen tussen proceduremaskers (chirurgische maskers):

Proceduremaskers moeten voldoen aan de Europese Norm EN 14683. In deze norm zijn de volgende eisen beschreven:

  1. Bacteriele filter efficiency (BFE):
    De BFE geeft de effectiviteit van het masker aan in het tegenhouden van aerosole en dus bacteriebevattende druppels. Het % aan deeltjes dat het proceduremasker filtert ;
  2. Ademweerstand (Delta P):
    De delta P geeft de weerstand aan van het masker onder specifieke gebruiksomstandigheden van luctdoorstroming, temperatuur en vochtigheid. Hoe lager dit cijfer hoe groter het comfort;
  3. Spatweerstand
    Herkenbaar aan de toevoeging R in de type aanduiding. Hoe hoger de spatweerstand hoe beter de gebruiker beschermd is tegen spatten van buitenaf. Een masker met deze toevoeging werkt dus twee kanten op.

Daarnaast bestaan er niet medische proceduremaskers. Deze maskers zijn toegelaten voor gebruik in o.m. het Openbaar Vervoer. Deze maskers zijn gebruiksartikelen en er gelden geen wettelijke eisen over de kwaliteit en de bescherming die ze bieden.

 

De verschillen tussen FFP mondmaskers (persoonlijke beschermingsmiddelen):

Deze maskers beschermen de gebruiker tegen het inademen van schadelijke stoffen (ook virussen), die via de lucht worden verspreid. Deze mondneusmaskers sluiten volledig aan op het gezicht. De maskers worden getoetst op basis van de norm NEN-EN 149 +A1 en moeten voldoen aan de Europese Verordening Persoonlijke beschermingsmiddelen (EC 2016/425).


De FFP-klasse (Filtering Facepiece Particle) geeft aan hoe goed het masker de ingeademde lucht. Hoe hoger het getal hoe beter de bescherming. De maskers hebben de opschriften:

  • FFP1 (minimaal 80% van de deeltjes wordt tegengehouden)
  • FFP2 (minimaal 94% van de deeltjes wordt tegengehouden)
  • FFP3 (minimaal 99% van de deeltjes wordt tegengehouden)

Bepaalde normen voor mondneusmaskers van buiten de EU (o.a. China en de VS), zijn gelijkwaardig aan de Europese normen EN-149:2001+A1:2009 en NEN-EN 14683:2019. (Bron Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) 23-03-20)

Het gaat om de volgende gelijkwaardige normen:

  • De Chinese GB 2626-2006 norm (opgevolgd door de GB 2626-2019 norm) voor de mondneusmaskers KN95, KP95 (FFP2) en KN100, KP100 (FFP3) zijn gelijkwaardig aan EN 149:2001+A1:2009;
  • De Chinese GB 2626-2006 norm (opgevolgd door de GB 2626-2019 norm) voor het mondneusmasker KN95 is daarnaast gelijkwaardig aan de NEN-EN 14683:2019 wanneer het KN95 masker als chirurgisch mondmasker op de markt is gezet.
  • De Amerikaanse NIOSH 42 CFR 84 norm voor de maskers N95, P95, R95 (FFP2) en N100, P100, R100, P99, R99 (FFP3) is gelijkwaardig aan EN 149:2001+A1:2009.

Of de maskers met gelijkwaardige normen van buiten de EU ook van voldoende kwaliteit zijn, kan niet gegarandeerd worden.

De KN-klasse geeft aan hoe goed het masker filtert bij het inademen van schadelijke stoffen. De KN95 is het bekendste masker en staat voor:

  • KN95 (minimaal 95% van de deeltjes wordt tegengehouden)

 

Wat is de minimum FFP voor zorgverleners in Nederland?

In Nederland en Europa is het voor professionals in de zorg nodig om een mondkapje te dragen dat ten minste voldoet aan de FFP2 of FFP3 eisen. Deze kapjes zorgen voor de benodigde filtratie, die essentieel is bij de behandeling van patiënten die (vermoedelijk) besmet zijn met COVID-19/het
coronavirus.

 

Hoe effectief zijn FFP2 maskers?

Een virus, zoals COVID-19, kan verspreid worden door vochtdruppeltjes vanuit de longen, die via spreken, kuchen of niezen je lichaam verlaten. Deze druppeltjes kunnen 1,5 meter ver reiken en iedereen die zich binnen die afstand bevindt besmetten. Bovendien kunnen de druppeltjes op oppervlakten belanden, die later door anderen aangeraakt worden. Mondkapjes die ten minste voldoen aan het FFP2 keurmerk, zijn effectief in het voorkomen van deze manier van verspreiding.

 

Wanneer moet een besmette patiënt een FFP2 masker dragen?

Zodra bij een patiënt het vermoeden van besmetting ontstaat, moet deze persoon zo snel mogelijk een masker dragen dat minimaal voldoet aan de FFP2 klasse of hoger.

 

Bron: IGJ.nl, RIVM.nl (WIP-richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen).